Nico de Louw

RACT gisteren, vandaag en morgen

Graag lever ik een bijdrage aan de introductie van resource groups assertive community treatment (RACT). Gelukkig hoef ik hier niet uit te leggen wat het RACT werken beoogt. Dat is elders op www.ract.nl te lezen. Ik steek dus meteen van wal over een onderwerp waarvan ik vóór 1 november niet wist dat het bestond.

Leg de mensen die de 70er jaren hebben overleefd uit wat RACT is en ze ontsteken in een nostalgisch betoog of in een schampere woede, gevoed door 40 jaar van frustratie. En dat is niet raar. RACT roept onmiskenbaar reminiscenties aan het begrip vraagsturing op. Vernieuwers en verlichten van toen ambieerden om van het mondeling maar al te makkelijk beleden ‘cliënt staat centraal’ nu maar eens werkelijkheid te maken door deze het stuur in handen te geven. Door zich in houding en werkwijze te richten naar de wensen en behoeften van cliënten, zou de aanbodzijde zich, al meebewegend, herdefiniëren. Aldus gloorde voor alle betrokkenen aan de horizon een mooi verschiet. Ziedaar de parallel met de RACT ambities.

Willen wij van RACT een succes maken en wie hoopt dat niet? Dan moeten wij weten wat er nú t.o.v. 40 jaar terug veranderd is in de maatschappelijke context waarin deze eigentijdse vorm van vraagsturing zijn beslag moet gaan krijgen. Dan kan in elk geval gewezen worden op de transitie, het uit elkaar halen van de combinatie basis- en specialistische GGZ, de vereiste vermaatschappelijking van de GGZ en het denken in netwerken.

Het kennelijk pas recent gewonnen inzicht –hoe verbazingwekkend ook- dat er een relatie is tussen trauma en psychose, de ontdekking van naastbetrokkenen als een belangrijke partner en last but not least: inzake de relatie hulpvrager-hulpverlener: cliënten willen gehoord worden over hun traumatische ervaringen wat hen, zonder enige wetenschappelijk aangetoonde grond, tot dusverre vaak onthouden is, omdat zij te kwetsbaar zouden zijn en grote kans zouden lopen weer terug te vallen. Kennelijk nonsens die mensen soms 10 jaar langer in zorg hielden dan nodig was geweest.

Belangrijker nog dan de hedendaagse uitgangspositie voor RACT invoering is het antwoord op de vraag waarom de eerdere pogingen de hulpverlening in de GGZ vraaggestuurd te maken, mislukt zijn, ondanks veler goede bedoelingen. Weten en begrijpen we dat dan kunnen we bij de invoering van RACT met die kennis ons voordeel doen en herhaling voorkomen.

Dit laatste vergt evenwel een stevige introspectie inzake het opereren van de aanbodkant sinds de 70er jaren. Graag hierbij een kleine voorzet.

Aanzet tot een analyse

De voorwaarden voor succesvolle invoering van RACT zijn te destilleren uit de oorzaken van mislukking van de eerder beoogde invoering van vraagsturing.

-De vraagsturing vroeg om een omslag in denken en werken waar mensen werkzaam in de GGz liever van afzagen vanwege hun opleiding (professionele afstand houden) en behoefte aan zekerheid. Liever vasthouden aan vertrouwde werkwijzen dan deze inruilen voor een onbekend en onzeker avontuur met onbekende uitkomst. Kennelijk een brug te ver. Kennelijk niet over een breed genoeg front bezield ingezet.

-Vraagsturing vraagt om een gelijkwaardigheid en bijbehorend gedrag tussen hulpvrager en hulpverlener, die niet inherent is aan de hulpverleningspraktijk en tot afweer leidt als gevraagd wordt deze ongelijkheid op te heffen.

-De GGZ is van oudsher in zichzelf gekeerd en dat is een problematische grondtrek als nu juist gevraagd wordt in netwerken te denken en met ketenpartners van diverse pluimage samen te werken.

Er zijn ook elementen van buiten de directe hulpverlening die invoering van een vraaggestuurde GGZ in de weg hebben gestaan en mogelijk succesvolle RACT implementatie kunnen belemmeren.

-Het aanbieden van hulp vergt een organisatie en verdeling van uren waarbij medewerkers behoeften en belangen zeker niet over het hoofd gezien kunnen worden. Daarmee rekening houden kan lastig zijn. Uitbreiding van openingsuren de avond in, voer je niet zomaar even in al dient het de belangen van cliënt en of naasten.

Suggesties

Implementatie  wordt bevorderd door gelijktijdig bottom-up en top-down te werken. Het invoeren van RACT als één van de instrumenten, naast bijvoorbeeld WRAP, HOZ, IPS etc. binnen het ACT en FACT aanbod, lijkt haalbaar, voor die cliënten die er klaar voor zijn.

Medewerkers zijn er absoluut mee gediend als zij vroegtijdig worden geïnformeerd over RACT. Met goede praktijken van elders worden vertrouwd gemaakt. Gevraagd worden om zelf input te leveren en in gezamenlijkheid mee kunnen denken om aan een gezamenlijk gedragen en geïnspireerde vernieuwing te willen gaan staan. Daarvoor dient de nodige voorlichting, tijd, scholing en wellicht overreding uitgetrokken te moeten worden.

Pilots met teams die het dichtst tegen de RACT-vereisten aanzitten kunnen intern helpen collegae in andere teams te overtuigen. Bij alles dienen RACT successen te worden uitgemeten, niet gehinderd door onnodige bescheidenheid. De mislukkingen, stagnaties horen ook bij de invoering van vernieuwende praktijken. Deze dienen dan geanalyseerd te worden ten behoeve van beter werkende aanpassingen.

Volgens Jaap van der Stel is er in het GGZ medewerkersbestand zo’n 40% van de mensen zelf of in hun directe nabijheid geconfronteerd geweest met GGZ problematiek. Het merendeel heeft dat tot dusverre voor zichzelf gehouden om hun team daarmee niet ‘lastig’ te vallen, maar ook zichzelf beschermd tegen gevreesde afwijzing . Mijn suggestie is te bevorderen dat binnen de teams, maar het geldt ook de leidinggevenden, het uit de kast komen als GGZ cliënt of naaste, wordt bevorderd. Behalve dat het delen van geheimen energie vrij maakt, hebben we er in één klap velen bij die hun ervaringen professioneel kunnen benutten bij een werkwijze waarin de cliëntenvraag niet alleen gehoord maar ook gevolgd wil worden.

Afsluitende suggestie is m.n. ervaringswerkers te betrekken bij onderzoek naar de wenselijkheid van het opzetten van ‘’peer group communities’. Dat deze communities, professionele zelfhulpgroepen in de VS een zeer gewaardeerde praktijk blijken, maakte de afgelopen Meet the experts II in Haarlem net als bij de eerste sessie Meet the Expert I, vorig jaar ervoor in Utrecht, meer dan duidelijk. In de verslavingszorg is men met die communities van peer groups al verder en als ik iemand uit mijn Cliëntenraad hoor zeggen: “ de NA redde mijn leven”, dan kunnen we niet om heen om bij een vermaatschappelijkte GGZ nader studie te maken van dit fenomeen en er de verbinding mee te zoeken.

Zijn we eenmaal zover dan kunnen we wellicht ons op termijn óók gaan inzetten om het voorbeeld van Triëst te volgen en in de eigen regio te gaan werken aan het actiever creëren van werkplekken, en bedrijvigheid voor mensen als herstelbevorderend opstapje om zichzelf als volwaardig en geïntegreerd burger te kunnen ervaren.

Nico de Louw,  24 november 2014.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *